Auteursrichtlijnen Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (TNK)

U kunt onderstaande tekst printen via het pdf document.

Richtlijnen Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (TNK)

 

 

Het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (TNK) is het orgaan van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis. TNK werd in 1998 opgericht als opvolger van Kerktijd. Het tijdschrift biedt ruimte aan inhoudelijke studies en opiniërende stukken. TNK wil een platform zijn voor zowel professionals als amateurs. De bijdragen aan TNK dienen voor een breed publiek toegankelijk te zijn. De thematiek is de Nederlandse kerkgeschiedenis in de breedste zin van het woord. Lokaalhistorische artikelen zijn alleen welkom indien het behandelde thema een duidelijk bovenlokale betekenis heeft.

 

De redactie beslist over opname en bepaalt de termijn van plaatsing. Auteurs dienen er rekening mee te houden dat TNK periodiek een themanummer uitbrengt en dat er gestreefd wordt naar een qua thematiek gevarieerd nummer, zodat plaatsing niet automatisch in volgorde van binnenkomst plaatsvindt.

 

Bijdragen voor TNK worden door de eindredactie verwelkomd op het e-mailadres p.abels2@kpnplanet.nl. Scribenten dienen in hun bijdragen rekening te houden met de volgende aspecten.

 

 

De tekst

 

- Een bijdrage voor TNK omvat in principe maximaal 3000 woorden inclusief annotatie.

 

- Kopij wordt bij voorkeur in Word aangeleverd. Opmaak dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Cursivering en vet zijn, waar noodzakelijk of gepast, uiteraard wel toegestaan. In geen geval dient een auteur zelf opmaakinstellingen aan te brengen (zoals bijvoorbeeld tabinstellingen, woordafbreking, paginamarges). De gehele kopij heeft één en hetzelfde lettertype, al mogen de noten uiteraard iets kleiner zijn.

 

- Een artikel begint op de eerste regel met de auteursnaam, op de tweede komt de hoofdtitel, en op de derde regel volgt een eventuele ondertitel. Houd er rekening mee dat de eerste regels (zo’n 35 tot 45 woorden) in het tijdschrift groter worden weergegeven.

 

- De tekst wordt overzichtelijk gemaakt door (ongenummerde) evenwichtig verdeelde, liefst korte tussenkoppen in vet. In de ingeleverde kopij is het toegestaan alinea’s (consequent) door witlijnen te scheiden. Witregels zonder tussenkoppen worden in het tijdschrift echter in principe niet gebruikt. De eerste tussenkop wordt geplaatst na de introductiealinea’s.

 

- Citaten worden gemarkeerd door middel van enkele aanhalingstekens. Citaten binnen citaten krijgen dubbele aanhalingstekens.

 

- Citaten van iets grotere lengte (meer dan drie of vier regels) worden als apart tekstblok ingesprongen, ook dan voorzien van enkele aanhalingstekens. Ook dan is het uiteraard toegestaan in de ingeleverde kopij (consequent) witregels ervoor of erna aan te brengen. In het tijdschrift worden die echter niet gebruikt.

 

- Aan het einde van het artikel volgt enige informatie over de scribent: titulatuur, volledige initialen, geboortejaar, relevante functie(s) en een enkele belangrijke publicatie, liefst ook het e-mailadres, en indien de auteur dat wil, ook het postadres.

 

- Van de scribenten wordt verwacht dat zij 2 of 3 illustraties aanleveren, bij voorkeur digitaal.

 

 

Annotatie

 

- Annotatie vindt in het tijdschrift plaats door middel van eindnoten. Bij inlevering zijn voetnoten ook toegestaan.

 

- De noten dienen in hoofdzaak gebruikt te worden voor literatuurverwijzingen.

 

- Naar een monografie wordt de eerste maal als volgt verwezen: Auteur (zoals vermeld op de titelpagina), komma, titel + ondertitel cursief, plaats + jaar van uitgave tussen ronde haken. Een (eventueel) paginanummer volgt direct na het laatste haakje.

Voorbeeld: Johan Decavele, De eerste protestanten in de Lage Landen. Geloof en heldenmoed (Leuven/Zwolle 2004) 35.

Wanneer het om een herdruk gaat, wordt dat vermeld direct na het eerste haakje.

Voorbeeld: (derde druk; Leuven/Zwolle 2009).

 

- Naar een tijdschriftartikel wordt de eerste maal als volgt verwezen: auteur, komma, titel + ondertitel tussen enkele aanhalingstekens, komma, titel tijdschrift cursief, jaargang (het afleveringsnummer wordt alleen toegevoegd als elke aflevering een eigen paginering kent, niet als de jaargang doorlopend genummerd wordt), jaar van uitgave tussen ronde haken, paginering.

Voorbeeld: Thomas H. von der Dunk, ‘De bouw van de St. Augustinus (De Star) aan de Amsterdamse Spinhuissteeg’, Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis 8 (2005) 35-45, aldaar 40. In dit geval is vermelding van 8-2 dus overbodig.

 

- Naar een bijdrage in een bundel wordt de eerste maal als volgt verwezen: auteur, komma, titel + ondertitel tussen enkele aanhalingstekens, in: bundelredacteur(en) (bij meer dan drie redacteuren wordt alleen de eerste redacteur vermeld gevolgd door e.a.), (red.), komma, titel + ondertitel cursief, plaats + jaar van uitgave tussen ronde haken, paginering.

Voorbeeld: J. Smelik, ‘Lotgevallen van het lied ‘de profundis’’ in: Dirk Duijzer (red.), De profundis. Psalm 130 in de Nederlandse taal (Zoetermeer 2001) 29-40, aldaar 32.

 

- Voor een bronnenpublicatie gelden dezelfde regels als voor een monografie; achter de naam van de bezorger(s) wordt tussen haakjes toegevoegd: (bew.).

Voorbeeld: J. Bouterse (bew.), Classicale acta 1573-1620. Particuliere synode Zuid-Holland III. Classis Rotterdam en Schieland 1580-1620 (’s-Gravenhage 1991).

 

- Alle volgende verwijzingen vinden plaats door middel van een verkorte titel.

Voorbeelden: Decavele, De eerste protestanten, 41; Von der Dunk, ‘De bouw van de St. Augustinus’, 36; Smelik, ‘Lotgevallen’, 40; Bouterse, Classicale acta, 141.

 

- Naar een archiefstuk wordt de eerste maal als volgt verwezen: archiefbewaarplaats, komma, naam archief, komma, eventuele deelcollectie, komma, inventarisnummer.

Voorbeeld: Het Utrechts Archief, Archief Evangelische Broedergemeente, Handschriften, inv.nr. 4.

Toegangs- of plaatsingsnummers blijven onvermeld.

 

- Bij verwijzing naar publiek toegankelijke digitale bronnen wordt tussen haakjes de datum van raadpleging toegevoegd.

Voorbeeld: http://www.kerkrecht.nl/content/alg-regl-nhk-1948-1 (geraadpleegd op 2 februari 2016).

 

- Andersoortige verwijzingen naar o.a. handschriften dienen zo veel als mogelijk conform bovenstaande richtlijnen opgesteld te worden.

 

- Afkortingen worden alleen gebruikt als de betreffende bron meer dan gemiddeld geciteerd wordt en wanneer de afkorting gangbaar is. Decavele, De eerste protestanten, kan dus niet afgekort worden tot DEP. Wel kan bij bovengemiddeld citeren uit het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme gebruik gemaakt worden van de afkorting BLGNP. Bij het gebruik van een afkorting wordt bij de eerste vermelding tussen haakjes de afkorting vermeld.

Voorbeeld: Het Utrechts Archief (HUA), Archief Evangelische Broedergemeente (EBG), Handschriften, inv.nr. 12. Volgende vermeldingen: HUA, EBG, Handschriften, inv.nr. 12.

 

- In voorkomende gevallen kan volstaan worden met een collectieve bronverwijzing aan het einde van het artikel. Hierin worden de belangrijkste geraadpleegde bronnen en literatuur, in volgorde van belangrijkheid, beredeneerd verantwoord.