Agenda

Vergeten reformaties

symposium op 6 oktober & Dag van de Nederlandse Kerkgeschiedenis op 7 oktober 2017

Dit jaar staat in het teken van 500 jaar Reformatie. In het Museum Catharijneconvent loopt een grote tentoonstelling over Luther. Op 31 oktober 1517 markeerde Luther met zijn 95 stellingen het begin van de reformatie. In Nederland was er nog lang geen sprake van een Reformatie. Bovendien: de reformatie hier te lande was niet alleen later maar vooral eerder geïnspireerd door Calvijn.

Dit wil niet zeggen dat de gebeurtenissen in Wittenberg in 1517 hier te lande onopgemerkt bleef. Theologen van de beroemde Universiteit van Leuven bijvoorbeeld deden al in 1519 onderzoek naar Luthers theologische opvattingen in de aanloop van een veroordeling. Zelfs in dit katholieke bolwerk bleken hervormingsideeën weerklank te vinden. Via allerlei pamfletten en geschriften drong Luthers gedachtengoed door in de samenleving – de uitvinding van de boekdrukkunst gaf dat proces een belangrijke impuls. In de loop van de 16e eeuw streefden allerlei groepen in de Nederlanden hun eigen hervorming na: wederdopers en katholieken, lutheranen en calvinisten.

De Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (VNK) organiseert twee dagen onder de titel Vergeten reformaties waarin historici van verschillende universiteiten hun licht laten schijnen op onderbelichte en vergeten aspecten van de reformaties in de lange zestiende eeuw. Vergeten reformaties is een samenwerking van de VNK, onderzoeker dr. Suzan Folkerts (Rijksuniversiteit Groningen, NWO-Veni) en Luce (Tilburg School of Catholic Theology) en wordt gehouden in samenhang met de Luther-tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent.

Op 6 oktober staat de diversiteit van de reformatie centraal. Onder de titel Vergeten reformaties: Lokale ontwikkelingen in de Nederlanden in de lange zestiende eeuw wordt gekeken naar de ontwikkelingen op met name het platteland. In de geschiedschrijving gaat het meestal over de grote (meest Hollandse) steden. Terwijl de ontwikkeling en succes (of falen) van de reformatie in de steden vrij goed in kaart gebracht is, is over de ontwikkeling op het platteland en de periferie is veel minder bekend.

Een achttal historici geven een beeld van het hervormingsstreven van verschillende groepen in verschillende regio’s en enkele steden: het Groningse Westerkwartier, de Veluwe en het zuiden van Vlaanderen en ook Leuven, Kleve, Woudenberg, Dordrecht en De Lier.

Zo ontstaat in de loop van de dag een genuanceerder beeld van het godsdienstige leven in de lange periode waarin de Reformatie in de Nederlanden plaatsvond.

De tweede dag Vergeten reformaties: Verspreiding van nieuwe overtuigingen op 7 oktober heeft de kracht van het woord als rode draad. Ook voor 1517 werd in Nederland de Bijbel in de landstaal gelezen, zowel door zowel religieuzen als leken. Zo is er het voorbeeld van Albert Kuijk, onderwijzer te Doesburg, die werd veroordeeld voor het in bezit hebben van lutherse geschriften. Hij was niet de enige schoolmeester die beschuldigd werd van lutherie. Geestelijken waren vaak bij het onderwijs betrokken. Opvallend is dat in de loop van de 16e eeuw de steden meer en meer grip kregen op het onderwijs en het aandeel van geestelijken daalde. Dit stelt de vraag naar het verband tussen onderwijs en de reformatie.

In de middag is er een inleiding op de tentoonstelling door dr. Tanja Kootte (conservator voor het protestantisme van Museum Catharijneconvent) en is er gelegenheid de tentoonstelling Luther te bezoeken. De tentoonstelling probeert de vraag te beantwoorden wie Luther was. Was hij een hervormer, populist, revolutionair, rebel, gewiekste marketingmand, antisemiet, fundamentalist of vrouwenhater? Was hij vervloekt of een heilig?

Deze dag is tevens de 29e Dag van de Nederlandse Kerkgeschiedenis.

De organisatie van beide dagen is in handen van prof. dr. Henk van den Belt (Rijksuniversiteit Groningen), dr. Suzan Folkerts (Rijksuniversiteit Groningen en NWO-Veni). prof. dr. Fred van Lieburg (Vrije Universiteit) en dr. Arnold Smeets (Luce, Tilburg School of Catholic Theology).

Praktische informatie
Beide dagen zijn onafhankelijk van elkaar te bezoeken. De bijeenkomst vindt telkens plaats in het auditorium van het Museum Catharijneconvent, Lange Nieuwstraat 38, 3512 PH Utrecht.

Bijeenkomst 6 oktober: kosten €15 (aangepaste prijs). Aanmelden voor 28-09 via www.tiu.nu/reformaties.

Bijeenkomst 7 oktober Dag van de Nederlandse Kerkgeschiedenis: kosten € 7,50 voor leden van VNK en €15 voor niet-leden. Aanmelden voor 28-09 via kerkgeschiedenis@gmail.com.

Vergeten reformaties: Lokale ontwikkelingen in de Nederlanden in de lange zestiende eeuw

Programma

6 oktober 2017

Auditorium Museum Catharijneconvent

 

10:00               Inloop met koffie

10:30-10:45    Welkom door Henk van den Belt

Sessie 1           Reformaties op het platteland

                        Voorzitter: Henk van den Belt

10:45-11:15    Arjan Nobel, ‘De parochie als gemeenschapsideaal. Het voorbeeld De Lier’

11:15-11:30    Korte pauze

11:30-12:00    Roman Roobroeck, ‘Van Geuzen tot Olijfberg: zelfconfessionalisering en de creatie van Gereformeerde identiteiten in zuidelijk Vlaanderen (1609-1723)’

12:00-12:30    Pieter Koekkoek, ‘Reformaties in Woudenberg’

 

12:30-13:30    Lunch met posterpresentaties

 

Sessie 2           Vergeten reformaties of vergeten regio’s

                        Voorzitter: Fred van Lieburg

13:30-15:00    Inge Schipper, ‘Over de grens: reformaties binnen het hertogdom Kleve’

Gert Gielis ‘Vegen voor eigen deur. Confessionele transformaties in universiteitsstad Leuven (1519-1578)’

Harm Veldman, ‘De Reformatie – een lange weg naar het Groningse Westerkwartier’

 

15:00-15:30    Pauze

 

Sessie 3           Materiële en landschappelijke benaderingen

                        Voorzitter: Suzan Folkerts

15:30-16:30    Marianne Eekhout, ‘Katholieke kerkgoederen in gereformeerd Dordrecht’

16:00-16:30    Jos de Weerd, ‘Een sacraal landschap als ‘leesbare tekst’: Plattelandsreformaties op de Veluwe in de zestiende eeuw’

16:30-16:45    Besluit.

 

Locatie: Auditorium van het Museum Catharijneconvent, Lange Nieuwstraat 38, 3512 PH Utrecht.

Kosten €15 (aangepaste prijs).

Aanmelden voor 28-09 via www.tiu.nu/reformaties.

 

Voor meer informatie over sprekers, lezingen en programma zie www.luce.nl.

Vergeten reformaties: Verspreiding van woorden en overtuigingen

29e Dag van de Nederlandse Kerkgeschiedenis

Programma

7 oktober 2017

Auditorium Museum Catharijneconvent

11:00-11:30    Inloop met koffie

11:30-11:50    Welkom namens de VNK &

Fred van Lieburg, ‘Inleiding: Vergeten reformaties’

11:50-12:15    Suzan Folkerts, ‘Oude en nieuwe geschriften in een woelig tijdperk. De omgang met de Bijbel in stedelijke gemeenschappen’

12:15-12:45    Ad Tervoort, ‘Onderwijs en Reformatie in de 16e eeuw’

12:45-14:00    Lunch en posterpresentaties

14:00-14:15    Boekpresentatie Enny de Bruijn (red.) Reformatie in de Nederlanden (uitgeverij De Banier)

14:15-14:45    Inleiding op de tentoonstelling ‘Luther’ door Tanja Kootte (conservator protestants erfgoed Museum Catharijneconvent).

14:45-17:00    Besluit en mogelijkheid om de tentoonstelling te bezoeken

 

Locatie: Auditorium van het Museum Catharijneconvent, Lange Nieuwstraat 38, 3512 PH Utrecht.

Kosten: € 7,50 voor leden van VNK en €15 voor niet-leden

Aanmelden voor 28-09 kerkgeschiedenis@gmail.com.

Vergeten Reformaties – 6 en 7 oktober - abstracts

De parochie als gemeenschapsideaal. Het voorbeeld De Lier

Arjan Nobel, Universiteit van Amsterdam

Tijdens de Reformatie kregen plattelanders te maken met enorme veranderingen. Oude politieke en religieuze structuren werden afgebroken. Toch bleef ook veel bij het oude. Zo bleef de parochie bestaan als een zelfstandige organisatorische entiteit. Over het functioneren van die parochies na de reformatie is (nog) weinig bekend. Het meeste onderzoek richt zich op de institutionele structuur, terwijl de rol van de dorpelingen maar zelden aan bod komt. In deze bijdrage wil ik, aan de hand van het Zuid-Hollandse dorpje De Lier, onderzoeken hoe de plattelanders na de reformatie omgingen met de veranderingen en hoe de parochie binnen de lokale gemeenschap bleef functioneren.

De Lier kende vanaf 1622 een zogenaamde parochieraad, die alle inwoners vertegenwoordigde in kwesties die de parochie aangingen. Daaronder vielen onder meer het onderhoud van de predikant en de armenzorg. Hoewel deze raad een uitzonderlijk geval lijkt, kan De Lier toch als voorbeeld dienen voor veel andere dorpen in de nog jonge Republiek. Allereerst zien we hier, net als in veel andere plaatsen, een grote verwevenheid tussen politiek en religie. Zo trachtte de lokale heer, in dit tijdperk van snel wijzigende politieke verhoudingen, alle macht in het dorp en in de kerk naar zich toe te trekken. In de tweede plaats zien we dat, ondanks de opkomst van een nieuwe kerk, oude structuren zoals de parochie bleven bestaan. Dorpelingen hadden daar weet van en maakten daar gebruik van. Dat brengt ons bij het derde en misschien wel belangrijkste punt: we ontmoeten in het dorp een sterk geworteld gemeenschapsideaal. De veranderde religieuze verhoudingen leidden in veel dorpen tot onenigheden en – soms – langdurige conflicten. Maar tegelijk bleven de dorpelingen samenwerken en vormden de oude parochiestructuren een belangrijke samenbindende factor.

Arjan Nobel is verbonden aan de afdeling geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op een onderzoek naar de bestuurscultuur op het Hollandse platteland tussen 1550 en 1780. Daarnaast schreef hij verschillende artikelen, onder andere over de veranderende plattelandsparochies na de Reformatie.

Van Geuzen tot Olijfberg: zelfconfessionalisering en de creatie van Gereformeerde identiteiten in zuidelijk Vlaanderen (1609-1723)

Roman Roobroeck, Universiteit Gent

On the surface, the Tridentine-inspired religious policy that was implemented by Archdukes Albert and Isabella transformed the post-Reformation Southern Netherlands into a champion of the Counterreformation. However, on a local level, dissident religious identities were able to endure and sometimes flourish. This paper builds on one of those cases, as it discusses the identity formation of an agglomerate of Reformed communities in the countryside surrounding Oudenaarde. Despite a hostile environment, this religious minority managed to survive in a climate of Catholic domination, advance its Reformed views in the region, and eventually construct its own confessional identity from below. By elucidating a series of local religious conflicts in the seventeenth century, the author illuminates the importance of confessional competition in shaping the minority’s Calvinist group identity, as this managed to propel a process of self-confessionalization, resulting in the adoption of a distinct identity. In addition, this paper challenges the dominance of monoconfessionalism in the Habsburg Netherlands and seeks to introduce more diversity into the religious historiography of the region.

Reformaties in Woudenberg

Pieter Koekkoek

Woudenberg is in de 16e eeuw een van de grotere dorpen in de oostelijke helft van Het Nedersticht van Utrecht. De ontwikkeling van de Reformaties in dit dorp is een voorbeeld van het verloop op het platteland van Utrecht. Aan de hand van een aantal bronnen, afkomstig uit Het Utrechts Archief, Archief Eemland in Amersfoort, Archief Tresoar en de acta van de Provinciale en Particuliere synoden (1570-1620), gepubliceerd door Reitsma en van Veen (1897) is deze ontwikkeling te schetsen.

De Reformatie in Woudenberg lijkt te verlopen in drie fasen vanaf ongeveer 1580. Voor deze periode lijkt invloed van enige Reformatorische beweging gering. In dit opzicht is Woudenberg vergelijkbaar met de meeste andere dorpen in het Sticht van Utrecht. Alleen in de steden Utrecht en Amersfoort is, zij het later dan in de steden in Holland en Zeeland, eerder al sprake van Reformatorische invloed. Het verbod op de Rooms Katholieke godsdienst in 1580 in Utrecht lijkt geen onmiddellijke invloed te hebben op de situatie in een dorp als Woudenberg.

De eerste fase van de Reformatie in Woudenberg is te omschrijven als fase van chaos. Na het overlijden van de laatste pastoor in 1584 (Anthonis Willemsz van Woudenberg) kan er geen opvolger worden aangesteld, aangezien er geen instantie meer is die dit kan doen. De Staten van Utrecht die een predikant zouden moeten benoemen, doen dit niet. Dit maakt de weg vrij voor een aantal ‘zelfbenoemde’ voorgangers: Cornelis Janssen van Wijck (1583-1593) en Hendrick Jansz. Puijdt (1594-1601). Beiden ontberen de vereiste opleiding en met name de periode Puijdt verloopt zeer chaotisch. De dorpelingen lijken weinig te voelen voor een overgang naar de Reformatie en oude Rooms Katholieke rituelen blijven volop in gebruik. Van enig gezag van bovenaf lijkt nauwelijks sprake. Van belang is het hierbij om ook oog te hebben voor de ontwikkeling in de strijd tussen Spaanse en Geuzentroepen. In deze jaren hebben de inwoners van de streek regelmatig te lijden van rondtrekkende losgeslagen benden van beide zijden die grote schade aan gebouwen en akkers toebrengen.

De tweede fase is die van de niet-Calvinistische Reformatie. Vanaf 1601 krijgen de Staten meer greep op de situatie en worden voor het eerste daartoe opgeleide predikanten in Woudenberg benoemd. Allereerst de uit Sloten (Fr) weggestuurde ds Bree. Zijn problemen in Sloten lijken te maken te hebben met zijn minder Calvinistische levensstijl en opvattingen. In het Sticht van Utrecht lijkt hij daardoor beter op zijn plaats. Na zijn vertrek in 1612 verschijnt Nederlagius. Deze blijkt een overtuigd Remonstrant tijdens het conflict dat hierover in 1618/19 wordt uitgevochten. In de gehele periode wordt geen kerkenraad gevormd in Woudenberg. Zoals een meerderheid van de predikanten in het Nedersticht van Utrecht zijn de predikanten eerder geinspireerd door Melanchton en Zwingli dan door Calvijn.

Pas na de synode van Dordrecht komt het tot een kerkopbouw in Calvinistische zin, met een door een kerkenraad bestuurde gemeente. Na het afzetten van Nederlagius door de provinciale synode van 1619, verschijnt met ds Ketelius in 1620 de eerste Calvinistische predikant in Woudenberg. Hij vormt de eerste kerkenraad en is ook de eerste die het avondmaal gaat vieren.

Opvallend is dat ook na 1620 nog een kleine Remonstrantse gemeente in Woudenberg bestaan blijkt te hebben die overigens al voor het midden van de 17e is samengevoegd met de Remonstrantse gemeente in Amersfoort.

Over de grens: reformaties binnen het hertogdom Kleve

Inge Schipper, Vrije Universiteit Amsterdam

In het kader van het onderzoek naar onderbelichte reformaties in de zestiende eeuw richt deze paper zich op een ‘vergeten’ gebied: het hertogdom Kleve. De diverse culturele en familiaire banden tussen de Lage Landen en het hertogdom vragen om een nader onderzoek naar de reformaties binnen dit gebied. Het hertogdom Kleve, grenzend aan de Lage Landen, kenmerkt zich in de vroege zestiende eeuw door een religieuze politiek die door velen als non-confessioneel of supra-confessioneel wordt beschouwd. In kleine steden als Goch en Gennep werden in 1562 de katholieke en evangelische godsdienst zelfs vermengd binnen één dienst. Naast aandacht voor de rol die de hertog, adel en stedelijke overheden speelden, wordt getracht een beeld te vormen van de vaak nog niet zozeer confessioneel-gevormde of ambigue overtuigingen van kerkvolk en predikanten in het hertogdom.

Vegen voor eigen deur. Confessionele transformaties in universiteitsstad Leuven (1519-1578)

Gert Gielis, KULeuven

Het zestiende-eeuwse Leuven wordt in de literatuur doorgaans bestempeld als een bolwerk van conservatief katholicisme, een bastion van Roomse orthodoxie. Dat beeld is niet uit de lucht gegrepen. De Leuvense theologen waren in 1519 de eersten om een doctrineel onderzoek uit te voeren naar Maarten Luthers controversiële standpunten. Talrijke theologen van Leuven hebben zich in de decennia nadien geprofileerd als ijverige voorvechters van de Roomse Kerk en haar aloude Traditie. Zij waren actief als (controverse-)auteurs, censors, inquisiteurs, concilievaders en adviseurs van de regering. Dergelijke activiteiten hebben het beeld bepaald van het door en door katholieke Leuven, een voorpost van Rome. Deze eenzijdige beeldvorming verhult een meer gediversifieerde werkelijkheid waarin ook loyale dissidentie, non-conformisme en ketterij een rol speelden. In Leuven – aan de universiteit en daarbuiten – bestond lange tijd veel meer confessionele speelruimte dan wordt aangenomen. Vele intellectuelen met hervormingsgezinde sympathieën en engagementen hebben in de zestiende eeuw te Leuven gestudeerd. Ook bij een deel van de Leuvense bevolking vonden de ideeën van de Reformatie ingang. Pas in de loop van de zestiende eeuw werden doeltreffende initiatieven genomen om de Roomse orthodoxie van de academische gemeenschap en de stad te vrijwaren. Bovendien zette zich de Leuvense theologsiche faculteit zich ook steeds meer in voor de hervorming van de katholieke Kerk en een beter onderlegde, pastoraal bekommerde clerus. De jaren 1540 zijn voor geleidelijke mentaliteitswijziging doorslaggevend geweest. Het katholieke bolwerk was dus geen gegeven van bij het begin van de Reformatie.

In die lezing schets ik het confessionele speelveld te Leuven, van katholieke die-hards tot onbuigzame ‘ketters’. Vervolgens laat ik zien hoe zich in de jaren 1540 een confessionele stroomversnelling voordeed, die resulteerde in het duidelijk Rooms-loyaal profiel van universiteit en stad.

De Reformatie – een lange weg naar het Groningse Westerkwartier

Harm Veldman, Zuidhorn

De kernvraag in deze bijdrage luidt: waardoor heeft het na Luthers optreden in 1517 bijna 80 jaar geduurd vóór de Reformatie in het Westerkwartier (WK) vaste voet aan de grond kreeg?  

Na een geografische, demografische en religieuze verkenning van deze ‘vergeten regio’ ga ik in op Luthers protest tegen de RKK en de effecten daarvan in de Nederlanden. Bijzondere aandacht besteed ik aan de vraag naar de ontvankelijkheid van een hervormingsgezind geluid in de Groningse samenleving. Daarin blijkt het Cisterciënzerklooster van Aduard – in het WK gelegen – een centrale rol te spelen. Tevens werd Groningen een domein waarin het anabaptisme en verwante stromingen ingang vonden. Vanaf 1545/50 kreeg in Noord-Nederland de leer van Calvijn en Bullinger meer aanhangers; de contacten met het Oost-Friese Emden waren hierin van bijzondere betekenis. 

De staatkundige situatie werd intussen beheerst door landsheer Karel V die – hoe streng-katholiek hij ook was – de in Groningen bestaande godsdienstig-tolerante verhoudingen had te respecteren. In dat klimaat diende de reformatorisch gezinde Regnerus Praedinius als rector van de St. Maartensschool, een Latijnse School. Onder zijn pupillen bevonden zich diverse latere voormannen van de Reformatie in Groningen. Met name de in Eelde geboren Menso Alting ontpopte zich als een calvinistische hagenprediker, actief onder de bescherming van Derk Coenders van Helpman. De in 1566 ingezette ontwikkeling naar vrijheid van religie werd bruut verstoord door de landvoogd, de hertog van Alva. Zijn optreden deed menig reformatorisch-gezinde Groninger vluchten naar Oost-Friesland. In de jaren 1576-1580 gloorde er hoop op vrijheid; maar de politieke ommekeer van stadhouder Rennenberg in 1581 wijzigde het perspectief grondig. Tot 1594 duurde het voor de Stad Groningen op de Spaanse stadhouder Verdugo werd veroverd door de prinsen Maurits en Willem Lodewijk. Daarna werd aan Stad en Lande met het Tractaat van Reductie de gereformeerde religie (met twee kerkordes) opgelegd. Nadat in 1595 drie gereformeerde predikanten hun diensten startten in het WK, groeide dat aantal langzaam door tot twintig in 1620. De Reformatie was geland in het WK en nam een dominante positie in.

Mijn conclusie kan zijn: hoewel Groningen in de eerste decennia van de eeuw der Reformatie voorbestemd leek een vrije tolerantie samenleving te creëren, hebben militaire en politieke factoren in Stad en Lande van Groningen in de latere decennia het religieuze toneel sterk bepaald. Een echt vrije godsdienstige keus van de inwoners heeft maar kort bestaan (1566); deze werd na 1594 zodanig beperkt dat het leidde tot een samenleving met een vorm van gematigde religieuze tolerantie.

Katholieke kerkgoederen in gereformeerd Dordrecht

Marianne Eekhout, Dordrechts Museum

In 1566 slaakte de magistraat van Dordrecht een zucht van verlichting, een Beeldenstorm was voorkomen. Enkele jaren later was het alsnog raak, in 1572 werden de kerken (gedeeltelijk) gezuiverd van katholieke elementen. Langzaam maar zeker kreeg de Reformatie steeds meer grip op de stad, met als hoogtepunt het organiseren van de Synode van Dordrecht in 1618/1619. Echter, hoe die overgang van katholiek naar gereformeerd precies in zijn werk ging is nauwelijks bekend.

Het doel van deze bijdrage is een nieuw licht te werpen op het ontruimen van de kerken tijdens de Reformatie van Dordrecht en de gevolgen hiervan in de periode 1572-1621. Wie waren daarbij betrokken, welke belangen hadden zij, en waar kwamen kerkgoederen terecht. We weten uit andere steden zoals Leiden en Alkmaar dat individuele goederen werden bestempeld als ‘cultureel erfgoed’, maar een systematische analyse van dit overgeleverde erfgoed ontbreekt tot nu toe.

Dordrecht is een interessante case-study. De Reformatie verliep vlot en geordend, en relatief veel van de katholieke kerkgoederen uit Dordtse kerken zijn tegenwoordig opgenomen in particuliere en museale collecties. Gezamenlijk vertellen zij over een verborgen kant van de Reformatie – namelijk welke maatschappelijke, emotionele en financiële waarde vertegenwoordigden katholieke kunstschatten in de zestiende- en zeventiende-eeuwse samenleving? De focus ligt op Dordrecht, maar het materiaal wordt in een bredere Hollandse context geplaatst.


dr. Marianne Eekhout

Conservator stadsgeschiedenis

Dordrechts Museum

Een sacraal landschap als ‘leesbare tekst’: Plattelandsreformaties op de Veluwe in de zestiende eeuw

Jos de Weerd, Vrije Universiteit Amsterdam

Deze bijdrage gaat over de vraag: in hoeverre beïnvloedden religieuze ontwikkelingen de perceptie van de fysieke omgeving, en hoe kon die fysieke omgeving van belang zijn voor de religieuze transformaties die grofweg tussen 1500 en 1600 plaatsvonden. Vanuit het kersteningsproces op de Veluwe heeft de fysieke omgeving van de Veluwe een heel eigen ontwikkeling doorgemaakt, waarbij voorchristelijke landschapsstructuren en -elementen zichtbaar bleven, maar herhaaldelijk een andere, christelijke definiëring kregen. Dit kwam tot uiting in landschappelijke ommegangen en katholieke bedevaarten die tot en met de zestiende eeuw werden gehouden, en de lotgevallen van die ommegangen en bedevaarten na de politieke en kerkelijke overgangen, die in Gelre aan het einde van de zestiende eeuw gestalte kregen. Door zulke elementen centraal te stellen, en het landschap en haar objecten als 'leesbare tekst' te gebruiken, kan de religieuze omwenteling op de Veluwe op een heel andere manier in kaart gebracht worden. Daarbij zijn we minder afhankelijk van gereformeerde bronnen, die in het geval van plattelandsreformaties zo vaak gebruikt worden.

Oude en nieuwe geschriften in een woelig tijdperk. De omgang met de Bijbel in stedelijke gemeenschappen

Suzan Folkerts, Rijksuniversiteit Groningen

In twee onderzoeksprojecten is vastgesteld dat ver voor de Reformatie en het verschijnen van Luthers bijbelvertaling Nederlandse bijbelvertalingen werden geproduceerd en gelezen, door religieuzen en door leken. In mijn paper worden enkele bevindingen over bijbel- en boekenbezit voor en rond de reformatie gedeeld. Daarin wordt de nadruk gelegd op interactie, de flexibele omgang met oud en nieuw, vertrekkend vanuit de casus Doesburg: Albert Kuijk, een onderwijzer die leefde in het fraterhuis van broeders van het gemene leven, werd veroordeeld voor het bezit van lutherse geschriften. Zijn verhaal geeft een inkijk in een wereld van stedelijke (lees)gemeenschappen waarin teksten werden gedeeld en waarin nieuwe ideeën werden besproken.

Onderwijs en Reformatie in de 16e eeuw

Ad Tervoort, Vrije Universiteit Amsterdam

De komst van de Reformatie heeft ook het onderwijs in de Noordelijke Nederlanden niet onberoerd gelaten. Al spoedig duiken in de jaren twintig berichten op over schoolmeesters die beschuldigd worden van ‘lutherie’. Daar werd al snel tegen opgetreden. Aan de andere kant zien wij dat in het derde kwart van de 16e eeuw het percentage priesters onder schoolmeesters weer aan het stijgen is, nadat er eerder sprake was van een daling van het aantal geestelijken onder schoolmeesters. De band tussen geestelijkheid en onderwijs was van oudsher een sterke. De belangrijkste scholen in de Nederlanden waren voortgekomen uit parochiescholen. Toch was er sprake van een procentuele daling van het aantal geestelijken actief in het onderwijs sinds de steden in de Nederlanden het schoolrecht in handen kregen. Hoe kunnen wij deze ontwikkeling verklaren? In mijn lezing wil ik onderzoeken of er sprake was van beleid. Was dit een poging van overheden – en welke dan? – om de besluiten van Trente ingang te doen vinden via het onderwijs? Tegelijkertijd wil ik een ander pad verkennen. Zou het kunnen dat deze geestelijken hun toevlucht namen tot het geven van onderwijs, omdat er op de religieuze markt minder spoeling was voor priesters vanwege teruglopende inkomsten voor misfundaties, etc. Met andere woorden: was het onderwijs een vluchtheuvel voor katholieke geestelijken in een veranderend religieus klimaat, waarin minder vraag was naar bemiddelaars van het zielenheil?

 

Activiteiten

Foto inpressie van de 'Voorjaarsbijeenkomst Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis(Brielle maart 2017)'